artikel | 10 maart 2026

Rambo jubileert.

Maandag 9 maart was het precies veertig jaar geleden dat m’n journalistieke loopbaan begon. Ben Schräder en ik studeerden aan de Academie voor de Journalistiek in Tilburg. We reconstrueerden een nachtelijke militaire oefening waarbij een luitenant- kolonel zich misdroeg door van nabij met losse flodders op andere deelnemers, soldaten, te schieten. Omdat hij de vereiste minimale afstand van tien meter negeerde, leverde dat door de vuuruitstoot en drukgolf die uit z’n wapen kwamen gevaarlijke situaties op. Het was volgens betrokkenen een wonder dat er geen gewonden waren gevallen.

De reconstructie was nauwgezet. Gesprekken met tientallen getuigen leverden een hallucinant beeld op van een overste die, in beschonken toestand, wild tekeer ging. We brachten z’n escapades van minuut tot minuut in kaart. In ons jeugdig enthousiasme stuurden we onze kopij naar Vrij Nederland. Het toonaangevende weekblad waar één van onze helden, onderzoeksjournalist Rudie van Meurs werkte. We werden uitgenodigd op de Raamgracht in de hoofdstad te komen. Op audiëntie bij het hoofdredactionele duo Ferdinandusse en Van Tijn. Mastodonten in onze ogen. Ze waren, achter een gordijn van sigarenrook maar af en toe zichtbaar. Ze zagen wel wat in het verhaal maar we moesten het, betoogden ze, beeldender opschrijven en wel binnen twee dagen. ‘Dan kan het volgende week nog mee.’

Terug in Tilburg spijbelden we een dag, sloegen anderhalve nacht over, tikten en herschreven als bezetenen. Niet te houden was ik. Wat een kans. Het lukte. Binnen de gestelde termijn faxten we de kopij naar Amsterdam. We waren niet zeker over de uitkomst en besloten hem daarom ook naar de Haagse Post – vandaag de dag HP/De Tijd- te sturen. Later leerde ik snel dat dit ‘not done’ was. HP- eindredacteur Gijs van de Westelaken belde de volgende ochtend. ‘Wat een heerlijk verhaal jongens’, klonk het. Hij wilde het stuk hebben, betaalde het NJV- freelancetarief en vroeg om ondersteunend beeldmateriaal. Voor Vrij Nederland voldeed de herschreven versie kennelijk nog altijd niet aan de eisen, Ferdinandusse en Van Tijn lieten niets meer van zich horen. Het deerde ons niet. We prijkten als eindejaars immers op de cover van een landelijk weekblad. ‘Rambo in de Harskamp’ kopte de Haagse Post.

Een paar dagen later loop ik met de HP onder de arm vol zelfvertrouwen de ruimte binnen waar de eindexamencommissie m’n scriptie zal beoordelen. Hij gaat over de ingewikkelde relatie tussen de parlementaire tv-rubriek Den Haag Vandaag en politici op en rond de Hofvijver. Maar ook de soms schurende onderlinge verstandhouding op de redactie komt aan de orde. Voor m’n werkstuk heb ik Cees Sorgdrager geïnterviewd, één van de gezichten van de rubriek. Hij heeft een onverbloemd inkijkje gegeven. Dat vindt hij zelf ook laat hij na lezing weten maar hij is sportief en dringt niet aan op wijzigingen. ‘Niet wetenschappelijk genoeg’, vindt de commissie bij monde van Midden-Oosten deskundige Bertus Hendriks van de Wereldomroep. ‘Ik wil toch geen wetenschapper worden’, sputter ik vergeefs en been verbijsterd en verbolgen de deur uit. Dan maar geen diploma. Maar na stevige aandrang van m’n ouders probeer ik het een half jaar later opnieuw en slaag alsnog met een scriptie over freelance- journalistiek waar binnen de opleiding amper aandacht voor was terwijl maar een handvol afstudeerders een vaste baan wist te bemachtigen. Zelf vind ik als freelancer dan al een tijdje struikelend m’n weg in het vak dat ik deze week op de kop af veertig jaar liefdevol omarm. Noodgedwongen overigens want welbeschouwd kan ik niks anders.

Rambo in de Harskamp A

Rambo in de Harskamp B

Rambo in de Harskamp C